"Ik wil geen medelijden. ik wil dat mensen gewoon rekening met me houden. Herkenning."


 
 
 
Hartklepafwijkingen
 
Een hartklep kan
A) vernauwd zijn (te weinig openen), dat heet in het medisch taalgebruik "stenose" of
B) lekken (niet goed sluiten), dat noemen we ook wel "insufficiëntie"
 
De hartklepproblemen treden op volwassen leeftijd met name op aan de linkerzijde van het hart, dus voornamelijk aan de aortaklep en/of de mitralisklep. De aortaklep is meestal vernauwd als gevolg van slijtage en verkalkingen (aortaklepvernauwing = aortaklepstenose). De mitralisklep vertoont meestal een lekkage (mitraliskleplekkage = mitralisklepinsufficiëntie). Een mengbeeld van beide is ook mogelijk, dus een hartklep kan zowel vernauwd zijn, als ook gelijktijdig een lekkage vertonen. Als een klep niet goed functioneert, wordt het hart extra zwaar belast en kan het bloed delen van het lichaam onvoldoende bereiken. Het kan dan noodzakelijk zijn om de zieke hartklep te repareren of te vervangen. Een vernauwde klep (vaak de aortaklep, soms de mitralisklep) kan eigenlijk nooit worden gerepareerd maar moet vervangen worden. Een lekkende klep (meestal de mitralisklep, soms de aortaklep) kan vaak, maar niet altijd, worden gerepareerd en moet soms worden vervangen.
 

Afwijkingen van de aortaklep

Vernauwing van de aortaklep (aortaklepstenose)
Aortaklepstenose kan het gevolg zijn van een abnormale aanleg of het gevolg zijn van "slijtage". De normale aortaklep bestaat uit 3 klepslipjes, die soepel open en dichtgaan. Bij ongeveer 1 op de 100 mensen in de aortaklep niet 3-slippig, maar 2-slippig in aanleg. Deze 2-slippige klep kan normaal functioneren, maar lijdt vaker dan de normale 3-slippige klep tot vernauwing en /of lekkage van de klep. Bij mensen met een 2-slippige (bicuspide) klep kan een ernstige vernauwing al op de kinderleeftijd ontstaan, maar ook optreden rond het 40ste levensjaar of zelfs pas op 70 jarige leeftijd. In het geval van een 2-slippige klep is niet alleen de aortaklep vernauwd, maar kan ook de wand van het eerste stuk van de grote lichaamsslagader (aorta) zelf abnormaal zijn in aanleg, waardoor de aorta verwijd kan zijn. Bij de mensen met een aangeboren vernauwing van de aortaklep (2-slippige aortaklep) moet dan ook altijd de aorta onderzocht worden met een echo of een (CT of MRI)scan. Op oudere leeftijd is slijtage -stug worden van de klepslipjes en verkalking- de meest voorkomende oorzaak van aortaklepvernauwing.
Behandeling. Zolang er geen klachten zijn kan worden afgewacht en hoeft er nog niet te worden ingegrepen, maar zodra iemand klachten krijgt van de aortaklepvernauwing dan moet deze klep door middel van een operatie worden vervangen door een nieuwe klep. Tegenwoordig kan bij sommige mensen via de lies een -speciaal voor deze procedure via de lies gemaakte- klep worden geplaatst.
Lekkage van de aortaklep (aortaklepinsufficiëntie)
Aortaklepinsufficiëntie kan het gevolg zijn van een abnormale aanleg, een infectie van de hartklep, slijtage of andere, meer zeldzame aandoeningen, en komt ook voor bij mensen die vroeger "acuut reuma" hebben doorgemaakt. De normale aortaklep bestaat uit 3 klepslipjes, die soepel open en dichtgaan. Bij ongeveer 1 op de 100 mensen is de aortaklep niet 3-slippig, maar 2-slippig in aanleg. Deze 2-slippige klep kan normaal functioneren, maar lijdt vaker dan de normale 3-slippige klep tot vernauwing en /of lekkage van de klep. Bij mensen met een 2-slippige (bicuspide) klep kan ernstige lekkage al op de kinderleeftijd ontstaan, maar ook optreden rond het 40ste levensjaar of zelfs pas op 70 jarige leeftijd. In het geval van een 2-slippige klep is niet alleen de aortaklep vernauwd, maar kan ook de wand van het eerste stuk van de grote lichaamsslagader (aorta) zelf abnormaal zijn in aanleg, waardoor de aorta verwijd kan zijn. Bij de mensen met een aangeboren lekkage van de aortaklep (2-slippige aortaklep) moet dan ook altijd de aorta onderzocht worden met een echo of een (CT of MRI)scan.
Behandeling. Deze bestaat vaak eerst uit medicijnen om de hartspier te ondersteunen of plastabletten om het vocht kwijt te raken. Als dit onvoldoende werkt kan een operatie noodzakelijk zijn. Soms kan de klep worden gerepareerd, indien dit niet goed mogelijk is dan is klepvervanging nodig, waarbij de eigen klep wordt vervangen door een nieuwe klep. Bij klepvervanging zijn er twee mogelijkheden: de nieuwe klep kan een kunstklep of een bioprothese zijn. In het hoofdstuk 'Hartklepprothesen' wordt uitleg gegeven over de verschillende soorten kleppen.
 
Afwijkingen van de mitralisklep
Vernauwing van de mitralisklep (mitralisklepstenose)
Mitralisklepstenose bemoeilijkt de bloedstroom vanuit de linker boezem naar de linker kamer. Zo'n vernauwing kan aangeboren zijn, maar komt vooral voor bij mensen die vroeger "acuut reuma" hebben doorgemaakt. Dit is een aandoening van de gewrichten met pijn, roodheid en opgezet zijn van verschillende gewrichten. Deze aandoening komt vooral voor in de landen rond de Middellandse zee. Als de klep (ernstig) vernauwd is geeft dit klachten, vooral van vermoeidheid, kortademigheid en soms kunnen er ook hartritmestoornissen ontstaan. Eventueel kan iemand vocht gaan vasthouden, dan ontstaat vaak oedeem (vocht) in de benen.
Behandeling. Deze bestaat meestal eerst uit medicijnen om de hartslag te verlagen. Als dit onvoldoende werkt kan een ingreep noodzakelijk zijn. Als de klep vernauwd is, maar weinig verkalkt, kan deze vernauwing soms behandeld worden met een ballonnetje. Dit ballonnetje wordt via de lies opgevoerd, door de mitralisklep gelegd om daar met lucht te worden gevuld (opgeblazen), om zo de klep wijder te maken. Dit is lang niet altijd technisch mogelijk. De andere mogelijkheid voor behandeling is een operatie: een klepreparatie (niet vaak mogelijk door aanwezige littekens) of een klepvervanging, waarbij de eigen hartklep eruit wordt gehaald en vervangen door een nieuwe klep. Bij klepvervanging zijn er twee mogelijkheden: de nieuwe klep kan een kunstklep of een bioprothese zijn. In het hoofdstuk 'Hartklepprothesen' wordt uitleg gegeven over de verschillende soorten kleppen.
Lekkage van de mitralisklep (mitralisklepinsufficiëntie)
Mitralisklepinsufficiëntie kan aangeboren zijn, maar ontstaat meestal pas later in het leven. Het kan een uiting zijn van "slijtage", of het gevolg zijn van bijvoorbeeld een infectie aan de hartklep, een eerder doorgemaakt hartinfarct, of doordat de hartspier zelf niet meer goed werkt en wijder wordt waardoor ook de klep wijder wordt en gaat lekken. Verder kan het voorkomen bij mensen die vroeger "acuut reuma" (zie uitleg hierboven) hebben doorgemaakt. Als de klep (ernstig) lekt geeft dit klachten, vooral van vermoeidheid, kortademigheid en soms kunnen er ook hartritmestoornissen ontstaan. Eventueel ontstaat er vochtophoping in de benen (oedeem) .
Behandeling. Deze bestaat vaak eerst uit medicijnen om de hartspier te ondersteunen of plastabletten om het vocht kwijt te raken. Als dit onvoldoende werkt kan een operatie noodzakelijk zijn. Soms kan de klep worden gerepareerd, indien dit niet goed mogelijk dan is klepvervanging nodig, waarbij de eigen hartklep wordt vervangen door een nieuwe klep. Bij klepvervanging zijn er twee mogelijkheden: de nieuwe klep kan een kunstklep of een bioprothese zijn. In het hoofdstuk 'Hartklepprothesen' wordt uitleg gegeven over de verschillende soorten kleppen.
 
Afwijkingen van de pulmonalisklep en de tricuspidalisklep
Hartklepkeuze.nl richt zich op aandoeningen van de aortaklep en de mitralisklep. Omdat er bij de klepkeuze in het geval van klepvervanging aan de rechterkant van het hart (pulmonalis- en tricuspidalisklep) specifieke zaken van belang zijn die in deze keuzehulp niet aan de orde komen, is de keuzehulp niet bedoeld voor aandoeningen aan de pulmonalis- of tricuspidalisklep. 
Vernauwing van de pulmonalisklep (pulmonalisklepstenose)
Een afwijking van de pulmonalisklep is zeldzaam. De oorzaak is bijna altijd een aangeboren hartafwijking, een andere oorzaak is reuma. Meestal is de stenose niet ernstig en is behandeling niet nodig. Bij ernstige stenose geeft ballondilatatie (oprekken met behulp van een ballonnetje) bijna altijd zeer goede resultaten, een operatie is zelden nodig. Afwijkingen verergeren bijna niet, daarom is regelmatige controle in de meeste gevallen niet nodig.
Lekkage van de pulmonalisklep (pulmonalisklepinsufficiëntie)
Pulmonalisklepinfficiëntie is de meest voorkomende verworven aandoening van de pulmonalisklep. Deze geeft meestal geen klachten en behandeling is daarom zelden nodig. De prognose is uitstekend.  
Vernauwing van de tricuspidalisklep (tricuspidalisklepstenose)
Stenose van de tricuspidalisklep is zeldzaam. De meest voorkomende oorzaken zijn het slijten van een eerder geplaatste biologische hartklep en acuut reuma. De behandeling bestaat uit het bestrijden van de klachten met een zout- en vochtbeperking en plastabletten. Wanneer er klachten optreden kan soms de klep operatief hersteld worden, Als dit niet mogelijk is dan moet de klep vervangen worden. De prognose is meestal goed, maar mede afhankelijk van de onderliggende hartziekte en/of de toestand andere kleppen.  
Lekkage van de tricuspidalisklep (tricuspidalisklepinsufficiëntie)?insufficiëntie  (t                   (9(ijhfgqwjfoiw3
Een lekkage van alleen de tricuspidalisklep wordt meestal goed verdragen. Zolang u geen klachten heeft en de rechterkamer van het hart goed blijft functioneren bestaat de behandeling uit het voorschrijven van medicijnen. Is de oorzaak van de lekkage een hartafwijking dan geven plastabletten vaak goede resultaten. Raakt de rechterkamer echter verwijd of treden ritmestoornissen op dan is een operatie nodig. Als er een operatie nodig is voor een andere hartklep, dan wordt de afwijkende tricuspidalisklep vaak ook behandeld.