"Dankbaarheid dat ik door medische kennis een normaal leven kan leiden."

 

Leven met een hartklepprothese

 

Iedere persoon is anders en zal het leven met een hartklepprothese dan ook anders ervaren. Daarom moet u zelf nadenken welke hartklepprothese het beste bij u past en hier met uw arts over praten. Zo kunt u samen met uw arts de juiste keuze maken.

Hieronder staan een aantal veelgestelde vragen die vaak terugkomen bij mensen die een hartklepvervanging moeten ondergaan. Leest u ze eens rustig door. Mocht uw vraag er niet bij staan, dan kunt u deze altijd stellen aan uw arts.

 

 

Wat zijn de verschillen tussen de twee mogelijkheden?

Een mechanische klep gaat in principe levenslang mee, waardoor de kans dat u opnieuw geopereerd moet worden aan uw hartklep klein is. Wel moet u levenslang antistollingsmiddelen slikken. Daarnaast zijn er risico's op complicaties tijdens de zwangerschap. Soms kan het tikken van de klep hoorbaar zijn voor u of uw partner. De biologische klep heeft een beperkte levensduur, waardoor er een grotere kans is dat u opnieuw geopereerd moet worden aan uw hartklep. In principe hoeft u geen antistollingsmiddelen te slikken, hoewel dit soms wel noodzakelijk kan zijn omdat u bijvoorbeeld een hartritmestoornis heeft. Een biologische klep maakt geen geluid.

 

 

 

"De persoonlijke inbreng van de arts is fijn. Zoals: ik begrijp je keuze."

 

 

 

 

Waarom is de kans op bloedstolsels op de mechanische klep zo groot?

De mechanische klep is gemaakt van kunstmateriaal (koolstof, titanium). Het bloed heeft de neiging om te gaan stollen op het niet-natuurlijke materiaal. Er kan dan een bloedstolsel ontstaan wat in de bloedsomloop kan komen. Als het bloedpropje richting de hersenen gaat kan het een beroerte veroorzaken. Om die reden moet u met een mechanische klep dus antistollingsmiddelen slikken. Deze medicijnen zorgen dat het bloed minder snel stolt.

 

 

 

"Altijd bloedverdunners... Kan er nu goed mee omgaan en prik zelf mijn INR. Het is bevrijdend dat je nu overal op de wereld je eigen INR kunt prikken."

 

 

 

Wat zijn de consequenties van het slikken van antistollingsmiddelen voor het dagelijks leven?

Antistollingsmiddelen moeten secuur ingenomen worden, dat betekent dat u iedere dag uw medicijnen in moet nemen. Als u antistollingsmiddelen slikt moet regelmatig gecontroleerd worden hoe snel uw bloed stolt. Deze stollingssnelheid wordt weergegeven als de INR waarde. Om de INR waarde te kunnen controleren moet u geprikt worden. Dit gebeurt bij de Trombosedienst of door uzelf. Als u graag zelf uw INR wilt gaan prikken, dan leren de medewerkers van de Trombosedienst u hoe dit moet. Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de stollingssnelheid van uw bloed. Denk aan andere medicijnen, bepaalde ziekten, gewichtsverandering en alcohol. Hier moet u rekening mee houden als u antistollingsmiddelen slikt. Door het slikken van antistollingsmiddelen heeft u meer risico op het krijgen van een bloeding. Dit kan tamelijk onschuldig zijn, zoals een forse blauwe plek, maar kan ook ernstig zijn, zoals een hersenbloeding. Om die reden is het belangrijk dat uw INR waarde goed in de gaten gehouden wordt en dat u voorzichting bent met bijvoorbeeld sporten. Als u een ingreep (bijvoorbeeld bij de tandarts) of operatie moet ondergaan moeten uw antistollingsmiddelen aangepast worden. U moet dit dan ook overleggen met uw arts. 

 

 

 

"Het is niet alleen een pilletje innemen en klaar. Leven met antistolling vereist een punctuele levenswijze."

 

 

Hoe ervaren patiënten/partner/omgeving het getik van de hartklep?

Het getik van de mechanische klep wordt door patiënten heel verschillend ervaren. Zo zijn er patiënten die het getik prettig vinden, het geeft hen een vertrouwd gevoel. Er zijn ook patiënten die het getik minder prettig vinden. Soms vindt de partner het getik minder prettig. Het getik kan per persoon ook verschillen. Het is daarom vooraf moeilijk te voorspellen of, en zo ja, hoe hard u het getik zal horen.

 

 

 

"In mijn zakelijk leven bij spannende onderhandelingen viel het gesprek even stil. Gesprekpartner vroeg: wat tikt hier toch steeds? Ik zei: dat ben ik. Daarna gingen de onderhandelingen veel prettiger."

 

 

Wat zijn de risico's van antistollingsmiddelen in de zwangerschap?

Het slikken van antistollingsmiddelen tijdens de zwangerschap vormt zowel een risico voor de moeder als voor het kind. Antistollingsmiddelen zijn schadelijk voor het kind tijdens de eerste zestien weken van de zwangerschap. Ook is er een licht verhoogd risico op het ontstaan van bloedingen tijdens de zwangerschap. Bij mensen met een kunstklep is zwangerschap dus wel mogelijk, maar afhankelijk van het soort klep en de plek in het hart waar de klep zit moet goed gekeken worden welke antistollingsmiddelen het beste zijn.

 

 

"Ik was toen al heel erg bezig of mijn dochter nog kinderen kon krijgen. Welke klep, bloedverdunners..."

 

 

 

 

 

Hoe lang gaat een biologische klep mee?

Gemiddeld gaat een biologische klep 15 tot 20 jaar mee. Dit is een gemiddelde, wat betekent dat er patiënten zijn die langer met hun klep doen, maar ook patiënten die korter met hun klep doen. Bij jongere mensen gaat een biologische klep over het algemeen minder lang mee. Hoe lang een biologische klep precies meegaat is vooraf heel moeilijk te voorspellen en is voor iedereen anders.

 

 

 

"Biologisch, gemaakt van weefsel, dat voelt goed. Dat hij over 15 jaar vernieuwd moet worden, dat zien we dan wel."

 

 

 

Waarom moet u met een biologische klep drie maanden na de hartklepvervanging nog wel antistollingsmiddelen slikken?

Soms is het nodig dat u tot drie maanden na uw hartklepvervanging met een biologische klep ook antistollingsmiddelen moet slikken. Dit is omdat uw klep als het ware moet ‘ingroeien' en bedekt moet worden met lichaamseigen weefsel. Uw arts kan u vertellen of en welke antistollingsmiddelen u na uw operatie zal moeten gaan slikken.

 

 

 

"Eerst nog drie maanden antistolling. En toen moest ik alsnog een kinderaspirientje blijven slikken."

 

 

 

Waarom moet u toch soms antistollingsmiddelen slikken met een biologische hartklep?

Er kunnen soms andere oorzaken zijn waarom u antistollingsmiddelen moet slikken. Bijvoorbeeld als u atriumfibrilleren, een hartritmestoornis, heeft. In dat geval moet u, ondanks dat u een biologische klep heeft, toch antistollingsmiddelen slikken. Verder is het mogelijk dat u in de eerste paar maanden na de operatie ook antistollingsmiddelen moet slikken. Hier mag u echter na enige tijd weer mee stoppen.

 

 

 

"Als je atriumfibrilleren hebt moet je alsnog antistolling slikken."

 

 

 

Wat zijn de risico's van een mogelijke tweede en derde operatie?

Tegenwoordig kan een tweede hartoperatie meestal veilig worden uitgevoerd. Door verklevingen is de operatie wel moeilijker om uit te voeren. Of er een grotere kans is op complicaties en overlijden hangt met name af van uw leeftijd en conditie bij de tweede operatie. Soms is een derde of vierde hartoperatie nodig. De risico's zijn dan wel groter.    

 

 

 

"De tevredenheid na de operatie is niet alleen afhankelijk van wat je kan na de operatie, maar ook van de verwachtingen die je hebt."

 

 

 

Waarom kan het zijn dat uw dokter de ene hartklep boven de andere aanbeveelt?

Soms is er sprake van medische factoren die invloed hebben op de keuze voor een hartklep. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u door een andere ziekte een verhoogde kans op bloedingen heeft. Het is dan risicovol om antistollingsmiddelen te slikken. Ook zijn er aandoeningen die ervoor zorgen dat de biologische klep minder lang mee gaat, bijvoorbeeld aandoeningen van de bijschildklieren. In sommige gevallen is er dus geen sprake van een keuze en zal de arts met u bespreken welke klep voor u geschikt is.

 

 

 

"Ik had geen keuzemogelijkheid. Wel is uitgelegd waarom de cardioloog een biologische klep koos."

 

 

 

Waar moet u rekening mee houden na uw hartklepvervanging?

Waar u na uw hartklepvervanging rekening mee moet houden is onder andere afhankelijk van het feit of u wel of geen antistollingsmiddelen moet slikken. U kunt meer lezen over het leven met antistollingsmiddelen in onderstaande veelgestelde vragen. Nadat u hersteld bent van de operatie zult u zich waarschijnlijk beter voelen dan voor de operatie. Dit is met name het geval als u voor de operatie klachten had, bijvoorbeeld kortademigheid. De begeleiding van een fysiotherapeut en het volgen van hartrevalidatie worden door veel patiënten als positief ervaren. U kunt hier meer lezen over hartrevalidatie. U zult nog regelmatig op controle komen bij uw arts. Als er dingen zijn waar u zich onzeker over voelt kunt u dit altijd met uw arts bespreken. U kunt na uw hartklepvervanging weer gewoon op vakantie. Alleen als u verre reizen gaat maken is het verstandig om even met uw arts te overleggen. Voor een ingreep bij de tandarts of mondhygiënist moet u soms antibiotica innemen. Er kunnen namelijk bacteriën vanuit uw mond bij de hartklep terecht komen en daar een infectie, dit wordt endocarditis genoemd, veroorzaken.

 

 

 

"Ik leef het leven zoals ik denk dat het geleefd moet worden. Iets rustiger aan misschien."

 

 

 

Wat is op dit moment de stand van zaken met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen in de hartklepvervanging?

Tegenwoordig is het mogelijk om een hartklep te implanteren via de lies. Een katheter met de nieuwe hartklep wordt in de lies ingebracht en vervolgens naar het hart gebracht. Op dit moment wordt deze methode alleen toegepast bij patiënten die te zwak zijn om een openhartoperatie te ondergaan. De methode is nog vrij nieuw en daarom zijn de resultaten op lange termijn nog niet bekend. Dit is ook de reden dat de methode nog niet toegepast wordt bij jongere mensen. Een andere ontwikkeling die veel in de belangstelling staat is de lichaamseigen klep. Het voordeel van de lichaamseigen klep is dat deze zichzelf zou kunnen repareren en mee kan groeien met een kind, waardoor deze in principe een leven lang mee zou kunnen gaan. Hoewel dit veelbelovend klinkt bevindt het onderzoek zich nog in een vroege fase. De lichaamseigen klep wordt op dit moment nog niet geïmplanteerd in mensen.

 

 

"De lichaamseigen klep, dat is voor mij hoop. De levensduur van de klep, dat zullen we wel zien. Garanties heb je niet."

 

 

 

 

Welke patiënten komen er voor een hartklepimplantatie via de lies in aanmerking?

Voor deze behandeling kunt u alleen in aanmerking komen als u te zwak bent om een openhartoperatie te ondergaan. De reden hiervoor is dat de methode nog niet zo lang wordt toegepast en de vooruitzichten op middellange termijn nog niet bekend zijn. Verder mag voor deze ingreep uw slagader in de lies niet te zeer vernauwd zijn.

 

 

 

"Ik wil graag wachten tot de operatie via de lies kan."

 

 

 

 

Hoe gaat het implanteren van een hartklep via de lies in zijn werk?

In enkele ziekenhuizen wordt sinds enige tijd hartklepimplantatie via de lies toegepast voor het plaatsen van een nieuwe aortaklep. Bij een hartklepimplantatie via de lies wordt een biologische klep geplaatst. De nieuwe klep wordt met een katheter via de lies ingebracht. U wordt hierbij onder lichte narcose gebracht. De cardioloog prikt een slagader aan in de lies en schuift een katheter met ballon door die slagader heen naar het hart. Deze ballon wordt in de afwijkende klep gelegd. De ballon wordt opgeblazen en daardoor wordt de klep tegen de wand van de aorta gedrukt. Dan geleidt de cardioloog door dezelfde katheter een uitvouwbaar buisje, waarin de biologische hartklep zit verpakt. Dit buisje wordt geplaatst ter plaatse van de weggedrukte afwijkende klep. De nieuwe biologische klep komt uit het buisje en zet zichzelf vast ter plaatse van de weggedrukte klep. De behandeling duurt ongeveer twee uur. Na de ingreep wordt u op de hartbewaking geobserveerd. Meestal kan u na twee of drie dagen naar huis.

 

 

 

"Heel mooi en het geeft vertrouwen dat er weer een nieuwe stap gemaakt wordt."